![]() |
|||||||||||||||
|
De muzikale ommezwaai De Nederlandse muziek blinkt in de jaren na de oorlog uit in beschaafdheid. Ook Het Cocktail Trio maakt aanvankelijk suikerzoete, brave liedjes. Onder invloed van de rock’n roll in Amerika en het succes van hun gekke optredens gooien Ad, Tonny en Carel het over een ander boeg. Een besluit dat het trio onder meer leidt naar een gouden plaat. In 1953 is Eddy Christiani met afstand de populairste zanger van ons land. Dat blijkt tijdens de jaarlijkse poll van Muziekblad Tuney Tunes. Eddy Christiani was de man van "Ik stuur jouw een boeketje rode rozen" en van "Als ik tweemaal met mijn fietsbel bel, dan weet je het wel". Het zijn nette liedjes, keurig gearticuleerd gezongen. Kenmerkend voor de populaire Nederlandstalige muziek van de eerste jaren na de oorlog. Christiani heeft de eerste de eerste gouden plaat te krijgen…. Ook Het Cocktail Trio zet een paar keurige liedjes op de plaat. Platenmaatschappij Phillips brengt de liedjes uit op 78-toeren schellakschijven in het genre populaire muziek. Een dergelijke plaat met twee liedjes heeft een doorsnede van 25 centimeter. Wat wel een technische beperking met zich meebrengt. De liedjes mogen daardoor niet langer zijn dan drie-en-een-halve-minuut per liedje. Ad, Tonny en Carel letten goed op wat er in Amerika op muzikaal gebied gebeurt. Daar maakt halverwege de jaren vijftig de Rock ’n Roll zijn entree. Begin 1956 waait de nieuwe stijl ook over naar ons land. Bill Haley staat zeven maanden lang in de hitparades met "Rock around the clock". En ook Chuck Berry, The Everly Brothers en uiteraard Elvis Presley schudden de jeugd wakker. Nederlandse artiesten proberen telkens zo snel als mogelijke een Nederlandstalige versie van de Amerikaanse hits te maken. Het Cocktail Trio wil platen gaan maken in de stijl van hun optredens. Geen rock ’n roll, maar wel gekker dan voorheen. Ze kiezen voor covers van vaak grappige liedjes. Het is een repertoire zoals dat in Amerika erg populair is, maar in Nederland niet bekend is. Het zijn zogenoemde 'Novelty songs ’. Liedjes die afwijken van de gebruikelijke liefdesliedjes. Vaak met een grappig verhaal erin en voorzien van speciale effecten. In mei 1958 lanceren ze de eerste "novelty song" . Het wordt een bewerking van "Witch docter" van David Seville. Een gekke tekst van Jack Bulterman over een toverspreuk waarmee een meisje kan worden versierd. Als het meisje later de spreuk in handen krijgt en de jongen daarmee direkt dwingt met haar te trouwen. Oe-ie-oe-a-a wordt twee jaar later gevolgd door Grote Beer. Het orgineel heet Running Bear en is van Johnny Preston die aan het begin van 1960 er drie weken mee op nummer 1 stond in De Billboard Hot 100 in Amerika. "Grote Beer" wordt de eerste top 10 hit van Het Cocktail Trio. Het nummer blijkt een regelrechte meezinger en de spitsvondige tekst van André Meurs over de eerste ruimtevaart Indiaan doet menigeen glimlachen.
Op precies dat zelfde moment dat Grote Beer de hitlijsten binnenkomt, maakt ook de eerste echte Nederlandse rocker zijn entree in de hitparade. Peter Koelewijn schreeuwt Nederland wakker met "Kom van dat dak af". De Eindhovenaar durft al eerste Nederlandse artiest het Algemeen Beschaafd Nederlands achterwege te laten. De platenmaatschappij is dan eerst ook huiverig voor zoveel vernieuwing. Als hij in de populaire tv-programma "Tijd voor Teenagers" zijn kunsten kan laten zien is de ban gebroken en is de weg vrij. De eerste Nederlandse rock ’n roll plaat is daar. Hoewel Tonny keurig gearticuleerd blijft zingen, trekt het trio daarnaast wel alle registers open om de liedjes een geheel eigen ‘sound’ te geven met veel rare geluiden en grappige opmerkingen in de liedjes. Voor het begin van kangaroe-eiland (‘het geluid van een haastige kangaroe’) wordt een blikken reclameplaat gebruikt die heen en weer wordt bewogen ontstaat er een ploppend geluid. Voor andere geluids-effecten worden stapels stoelen, kisten en blikken opelkaar gezet. Op het juiste moment gooit een studiomedewerker de hele boel omver. De opnamen van de platen zetten zelfs de ras-muzikanten van het Cocktail Trio onder spanning: "Het ging met wasplaten en dat betekende dat je het maximaal drie keer opnieuw mocht doen. Die platen waren hartstikke duur. En omdat we en de instrumenten bespeelden, de akkoordjes natuurlijk goed moesten zingen en tussendoor nog grappige teksten moesten zeggen was dat heel erg moeilijk", zegt Carel Alberts. De vele spanning ontlaat zich vaak als een van de mannen weer eens een grap uithaalt. Ad en Carel zijn regelmatig uitgeschakeld door de slappe lach. Leve de man die het bier uitvond!
Voor Fl. 3,50 kocht je in 1961 een 45-toeren plaatje in een muziekhandel. Het plaatje speelde je dan thuis op een koffergrammofoon. Steeds vaker gaan mensen speciaal naar de muziekwinkel voor het nieuwste plaatje van Het Cocktail Trio Begin jaren zestig worden Oe-ie~oe-a-a en Alley Oop en Kangoeroe Eiland goed verkocht. De grote triomf voor Het Cocktail Trio komt in de herfst van 1961 met Batje Vier (leve de man die het bier uitvond).
Uit: Batje Vier, tekst André Meurs Het plaatje wordt opgenomen in een Belgische platenstudio. Ook deze keer schreef André Meurs de tekst van het liedje. Hij maakt een Nederlandse tekst op het oorspronkelijk Australische liedje "Beer, beer beer" van Charly Mops. Binnen een mum van tijd worden er van de plaat honderdduizend stuks verkocht. De singel levert Het Cocktail Trio een gouden plaat op. Des te opmerkelijker omdat veel radiozenders de singel weigeren te draaien omdat de plaat een vorm van reclame zou zijn voor bier… De TV deed niet zo moeilijk en Batje Vier werd wel op de beeldbuis gebracht. Ad: "De dag erna deden we een optreden in Rotterdam. Ik riep "Leve de man die het bier uitvond" Tot mijn grote verbazing schreeuwde de hele zaal direkt "HOERA! Hadden ze ons allemaal op tv gezien". Op de achterkant van het singelhoesje geeft Het Cocktail Trio een mini-cursus goed bier inschenken. Een fotosessie die gemaakt is in de Heinekenbrouwerij. In de begeleidende tekst valt de term "Best bier" doorlopend…. Het was dus nog niet zo vreemd dat de radiozenders aan reclame dachten omdat Heineken op dat moment de slogan "Heineken’s bier, best bier!" gebruikte. In het liedje zelf is er overigens geen enkele verwijzing naar Heineken.De Wama’s luisteren de uitreiking op. Wim van Wageningen komt als vertegenwoordiger van een concurrerende platenmaatschappij vertellen dat hij er in is geslaagd om de echte Batavier ‘de man die het bier heeft uitgevonden’ te vinden. Dick "Wama" van der Maat verschijnt daarop in berenvel, met hoorns op zijn hoofd en voorzien van vaatjes tomatensap. De Wama’s feliciteren Ad, Tonny en Carel met het succes en bekennen zelf ook graag een gouden plaat krijgen. "Maar ja, dat gaat bij ons niet zo vlug als bij Het Cocktail Trio. Die zijn met zijn drieen, dus die hebben een grotere familie- en kennissenkring!".
De grens overDe platenmaatschappij van Het Cocktail Trio wil het succes ook in Duitsland gaan exploiteren. Het lijkt een uitstekend idee Tonny spreekt prima Duits en de eerdere ervaring van het drietal in het Breidenbacherhoff in Düsseldorf waren hoopgevend. Ook in België werd Het Cocktail Trio gevraagd voor radioshows, maar ook dat leverde niet het gewenste succes op. Na het succesvolle optreden met het carnaval contracteert Het Breidenbacherhoff Het Cocktail Trio opnieuw. In de zomer van 1956 moeten Ad, Tonny en Carel opnieuw in Düsseldorf spelen. Omdat het luxe hotel vele prominente gasten krijgt gebeurt het zomaar dat sir Winston Churchill ademloos naar een optreden van drie prettig gestoorde Hollanders staat te kijken! Als begin jaren zestig Het Cocktail Trio de grootste successen boekt probeert het drietal ook de Duitse hitparade te bestormen. Voor de Duitse markt wordt de succesplaat Batje Vier wordt vertaald in Ich möchte an der Theke steh’n en Kun je nog zingen zing dan mee in Unsere Kneipe lebe hoch. Het buitenlandse avontuur wordt ook voortgezet in België waar platen van Het Cocktail Trio worden uitgebracht. Maar ook in België blijft het hitparadesucces uit. Wel beleeft Het Cocktail Trio in België en van de meest gedenkwaardige optredens uit de carrière. Carel Alberts heeft het verhaal menig maal verteld: “We kregen een uitnodiging van de Belgische omroep BRT om tijdens een zondagmiddagmatinee in een directe uitzending een paar stukken ten gehore te brengen. Brussel was een gezellige stad, dus we gingen er met onze vrouwen al vroeg naar toe. Om tien uur ’s ochtends stonden we in de studio klaar voor een repetitie. De geluidstechnicus vroeg aan ons hoe we meestal opgesteld stonden. Ik legde de man uit dat wel alle drie en zangmicrofoon wilden hebben en dat rechts de vleugel moest staan, daarnaast Tonny met zijn gitaar en ik links daarnaast met mijn bas. Roept die technicus verbaast dat hij een zangtrio had verwacht van bariton, tenor en bas. Verder niks!. Ad legde de man toe uit dat we vrolijke liedjes zouden zingen. De technicus riep ‘Dat is dan een verschrikkelijke misvatting, zulle! Dit is een radioconcert met klassieke muziek!’. Er was geen weg meer terug, wij moesten twintig minuten vullen. Na een stuk opera uit Madame Butterfly, wat werk van Mozart en Debussy waren wij aan de beurt. We openden met Het Vlooicircus in ‘Groot F door André Meurs’ Het publiek zat verstijfd van schrik te kijken naar onze capriolen. Maar daarna begonnen ze voorzichtig te lachen. Toen we afsloten met Leve de man die het bier uit vond… hieperdepiep….Hoera! Hoera! Hoera! Er klonk een geweldig gejuich. Zoals het een klassiek publiek betaamd kregen we een staande ovatie en moesten we zelfs een toegift spelen. Zelfs de technicus, de producer en de omroeper stonden te juichen.
|
||||||||||||||
| © Eric van den Berg 2005 | |||||||||||||||