![]() |
|||||||||||||||
|
Drei ‘afgeknoedelde’ HolländerHet Cocktail Trio staat garant voor een goed feest. Lou van Rees van het theaterbureau heeft dat snel door als hij het drietal in Place Pigalle bezig ziet. Hij biedt Ad, Carel en Tonny een onverwachte, lucratieve schnabbel aan. Ze kunnen twee dagen komen spelen tijdens het carnaval in het fameuze Hotel Breidenbacherhof aan de Köningsallee in Düsseldorf. Aan het begin van de jaren vijftig was dit het duurste en chicste hotel van West-Europa. "Einzigartig im Westens". Het werd een onvergetelijk en vooral koud avontuur. Carel Alberts rilt er nog van als hij de barre toch in herinnering roept. "Het was in de winter van ‘53-’54. Stervenskoud was het en er lag een dik pak sneeuw. ’s Morgens om zeven uur stonden Ad en Tonny al bij mij voor de deur. Ad reed in zo’n Volkswagen Kever. Een brilletje, zo’n Kever met twee van die raampjes aan de achterkant. Een verhuurbedrijf had er voor de gelegenheid een bagagerek opgezet. Hij had eerst Tonny opgehaald en toen mij. Want mijn bas moest als laatste boven op de auto worden gebonden. Het eerste wat Ad zei was ‘de ruitenwissers en de kachel doen niks, dus vraag even aan Ada (mijn vrouw) een pak zout, dan kunnen we de ruiten ontdooien!’ Het was net of we in een vrieskist op wielen zaten. ‘Karren maar!’, riep Tonny vanaf de achterbank. Hij zat naar de gitaar en onze smokings. Ad reed en ik zat naast hem met een grote Keulse pot vol zout. Als na een kwartiertje moeten we stoppen omdat de vooruit ontdooid moest worden. Nederland had toen nog geen autosnelwegen, dus het ging in slakkentempo over gladde dorpsweggetjes. Na een tocht vol stoppen en ontdooien kwamen we in de buurt van Lochen bij een café. * De kachel brandt en wij hebben warme sjokolademelk * Als drie diepvrieskalkoenen strompelden we naar de warme iglo, want de wereld bestond op dat moment alleen nog maar uit sneeuw, ijs en kou. De waard vulde mijn Keulse pot opnieuw met zout en we gingen verder met onze tocht die meer weg had van een expeditie over de noordpool. We zouden om twee uur al moeten optreden om de Prins Carnaval van Düsseldorf met muziek te begroeten. Maar door al het stoppen en zout smeren liep het al tegen drieën. Eindelijk kwamen we Düsseldorf binnenrijden, we waren veel te laat. De eerste carnavalsgast, een man in een Tiroler kostuum met korte broek, liep al laveloos door de straat. Hij probeerde vooruit te lopen, maar ging telkens met dezelfde vaart weer achteruit. Lachen konden we niet, want de ijspegels hingen aan onze neus en in de baard van Tonny.
Voor de terugreis moesten weer de VW van Ad eerst opzoeken. Omdat het bleef sneeuwen zag je in de straat alleen maar bulten sneeuw staan. Pas na wat schoonvegen vonden we de wagen terug. Met een gejat touw van het hotel bonden we de bas weer vast en begonnen we aan de terugweg. De voorruit was nu niet alleen van de buitenkant, maar ook aan de binnenkant bevroren. Ik weer in de weer met die Keulse pot vol zout. We moesten heel vaak stoppen en dat alles in diepvriestemperatuur. Vlak voor de Nederlandse grens zei Ad was somber dat de benzine bijna op was en dat er geen pomp te zien was. Tonny donderde vanaf de achterbank de meest vreselijke teksten naar Ad. Het ongelofelijke toeval wil dat toen de motor afsloeg we zo uitrolden naar een benzinepomp langs de weg! Er was dus toch gerechtigheid! Tegen de avond stonden we weer bij Place Pigalle voor de deur. We aten snel nog wat broodjes ‘halfom’ bij Dobben en speelden om 8 uur weer gewoon het vrolijke lied ‘de man in de maan’ voor ons publiek. Iedereen, heel Europa, ja de hele wereld mag weten dat wij nog nooit zo moe en afgeknoedeld zijn geweest. Voor de AVRO-microfoonWe zaten in de haren vijftig gekluisterd aan de radio. Luisterend naar Hilversum 1 of Hilversum 2. De straten waren uitgestorven als "Negen heit de klok" met Harrie Bronk, Wam Heskes en Alexander Pola als Kris, Kras en Kruimeltje werd uitgezonden. We keken uit naar De Bonte Dinsdagavondtrein, Showboat van Karel Prior en hoorspelen zoals "Paul Vlaanderen".
Ook Het Cocktail Trio komt ‘voor de radio’. AVRO-presentator Jan Koopman ziet het drietal spelen in Place Pigalle en vraagt ze een seizoen lang te komen spelen in het programma ‘Palet’. Een programma voor ‘de zieken’. In het voorjaar van 1956 maakt het trio hun radiodebuut voor de AVRO-microfoon. De optredens missen hun uitwerking niet, Ad, Tonny en Carel worden snel populairder in het land. Voor Palet rijden ze in de oude kever van Ad het hele land door naar sanatoria en ziekenhuizen. Het programma wordt daar dan opgenomen en later uitgezonden. De opnamen vinden plaats in recreatiezalen. Geluidstechnisch vaak niet ideaal en de technici van de Nederlandsche Radio Unie zijn dan ook vaak al uren bezig om de microfoons goed neer te zetten. De repetities verlopen in een uiterst warrige sfeer. Technici, artiesten en belangstellenden praten door elkaar. Door de deur kijken nieuwsgierige verpleegkundigen vol verbazing naar deze kakofonie en vragen zich vertwijfeld af hoe dit straks goed gaan!. Het Cocktail Trio blijft koud onder alle drukte. Ze spelen een paar nummers, begeleiden een solist en helpen de technici de microfoons zo goed mogelijk in te regelen. De aanstekelijke liedjes van het trio zorgt voor wat verlichting bij de zieken, maar zeker ook voor ‘succes bij geneesheer directeuren en het verplegend personeel’, zo tekent een krantenjournalist op. De samenwerking met AVRO verloopt voorspoedig en al snel treden ze in het ene na het andere radioprogramma op. Zo is er in de zomer van 1957 het programma ‘Op en rond de boulevard’ natuurlijk is er medewerking aan de ‘Bonte Dinsdagavondtrein’ en ook spelen ze vaak in Hoteldoradio met Karel Prior. Met Teddy en Henk Scholten spelen ze in Scherzando.
In 1958 krijgt Het Cocktail Trio zelfs een eigen radioprogramma. Het is een show van een kwartier. Ad, Tonny en Carel spelen om de veertien dagen een ‘Cocktail Trilogie’ waarin het drietal zangers, zangeressen en cabaretiers begeleidt. |
||||||||||||||
| © Eric van den Berg 2005 | |||||||||||||||